SIMBA: De ontwikkeling van een digitale interventie om kinderen met astma te stimuleren meer te bewegen

Nieuwe ontwikkelingen in behandeling en zorg (Nederlands)

Annette Brons
Hogeschool van Amsterdam,
BEKIJK PROGRAMMA
 
09 april 16:39 - 16:45 (Lobby)
Bewegen is gezond en al helemaal voor kinderen met een chronische aandoening. Voor kinderen met astma geldt dit ook. Bij hen kan bewegen bijvoorbeeld een positieve invloed hebben op hun astmacontrole. Dit kan weer leiden tot minder medicijngebruik, minder ziekenhuisopnames en een betere kwaliteit van leven. Niet ieder kind met astma beweegt echter voldoende. Verschillende kindertherapeuten zetten zich in om deze kinderen te helpen met het vergroten van hun uithoudingsvermogen, het leren omgaan met hun inspanningsbeperkingen en het gemotiveerd raken om meer te bewegen. Deze zorgverleners geven echter ook aan dat het lastig is om deze kinderen blijvend gemotiveerd te maken om meer te bewegen zonder dat hun beweeggedrag na afloop van de therapie terugvalt in het oude patroon. Daarnaast merken ze op dat de huidige hulpmiddelen mogelijk te weinig aansluiten bij de belevingswereld van de kinderen. Het doel van dit onderzoek was dan ook een interventie te ontwikkelen die wel aansluit bij deze wensen en belevingswereld van de gebruikers en daarmee zorgverleners ondersteunt in het stimuleren van bewegen bij kinderen met astma.

Om de eisen en wensen van de interventie te inventariseren bij potentiële gebruikers is de concept mapping methode gebruikt. Met behulp van deze methode is op een gestructureerde manier in kaart gebracht welke factoren kinderen met astma stimuleren meer te bewegen. Omdat er veel waarde wordt gehecht aan de mening van de verschillende groepen eindgebruikers hebben we de factoren onderzocht vanuit het perspectief van drie verschillende groepen betrokkenen: kinderen met astma zelf, hun ouders en zorgverleners. Al deze deelnemers hebben antwoord gegeven op de vraag wat kinderen met astma zou helpen meer te bewegen. Vervolgens hebben ze alle ideeën gegroepeerd en gescoord op belangrijkheid. Dit resulteerde in verschillende clusters met een grote variatie aan ideeën. Om de overeenkomsten en verschillen tussen de factoren van de drie groepen betrokken inzichtelijk te maken, zijn de verschillende clusters in een Venn diagram gezet.

Figuur 1 geeft het Venn diagram weer. Hieruit blijkt dat er zes factoren zijn die door meerdere groepen betrokkenen als stimulerend worden gezien: het hebben van een goede astmacontrole, stimulerende en motiverende naasten, beschikbaarheid van oefeningen die aansluiten bij de mogelijkheden en behoeften van het kind, een stimulerende (school)omgeving, het stellen van (realistische) doelen en genoeg kennis van het kind over astma, bewegen en medicatie. Belangrijke factoren die door één van de drie groepen betrokken werd gezien als stimulerend waren bijvoorbeeld het belonen van beweeggedrag, variatie in bewegen en de beschikbaarheid van een digitale interventie.

Op basis van de resultaten van de concept mapping sessies is een lijst met aanbevelingen en eisen voor de interventie opgesteld. Hierna is een prototype gebouwd welke is getest door een kleine groep kinderen en zorgverleners. Op basis van hun ervaringen is een verbeterde versie, met de naam Foxfit, ontwikkeld. Foxfit bestaat uit een smartphone applicatie voor kinderen en een webapplicatie voor zorgverleners. Figuur 2 geeft een indruk van de huidige versie van Foxfit. In deze versie dragen kinderen een beweegmonitor en gebruiken ze hun app om te noteren hoe ze zich voelen. Voor de zorgverleners wordt het beweeggedrag van het kind grafisch weergegeven in de webapplicatie. Hiermee wordt inzicht gegeven in het beweeggedrag van het kind, wat de zorgverlener ondersteunt in de begeleiding. De zorgverlener en het kind stellen samen beweegdoelen op en kunnen ook beweegactiviteiten inplannen. Deze doelen en de planning zijn voor het kind zichtbaar in de smartphone app. Daarnaast wordt in de app het beweeggedrag van het kind op speelse wijze gevisualiseerd. Tevens leren de kinderen over astma in relatie tot fysieke activiteit en ontvangen ze suggesties voor activiteiten.

In januari 2019 is een studie gestart waarin we de bruikbaarheid en haalbaarheid van de digitale interventie onderzoeken. Aan dit onderzoek zullen 30 tot 35 kinderen en hun zorgverleners deelnemen. In totaal duurt deelname aan de studie voor een kind zeven weken. In de eerste week wordt het beweeggedrag in kaart gebracht met behulp van de beweegmeter zonder dat daarbij de smartphone applicatie gebruikt wordt. In de zes weken daarna wordt door het kind de beweegmeter gedragen en wordt hierbij ook de smartphone applicatie gebruikt. Met behulp van een vragenlijst wordt de gebruiksvriendelijkheid van Foxfit onderzocht bij de kinderen en zorgverleners. Met interviews wordt onderzoek gedaan naar de haalbaarheid. Hierbij wordt onderzocht of het gebruik van Foxfit past in de huidige zorgstructuur van de zorgverleners en in het dagelijks leven van de kinderen. Daarnaast wordt bekeken of de interventie aansluit bij de wensen en belevingswereld van de gebruikers.

Overzicht van de stimulerende factoren zoals benoemd door de drie verschillende groepen betrokkenen

Boven: Voorbeelden van schermen uit de smartphone applicatie voor de kinderen. Beneden: Voorbeeld van een scherm uit de webapplicatie voor de zorgprofessionals.

Deel dit op: